maandag 28 februari 2011

Mijn bescheiden mening

Soek en ik vonden Alex Agnew in het Sportpaleis teleur stellen.
Ik was vooral gechoqueerd door de reacties op Moslim statements. Zelfs Agnew zei vol ongeloof tot driemaal toe: “Meende golle da na?”. En oké, het mocht dan uitgelokt zijn door de comedian himself, ik heb meermaals geweigerd te reageren en hoofdschuddend naar de mensen rondom mij zitten kijken. Arm Vlaanderen...

Neen, geef mij dan toch maar de Alex Agnew met nieuw materiaal in een kleinere zaal.
Een best off werkt duidelijk alleen maar in DVD vorm.
Of zoals Soek het zo mooi zei: “Een goeie plaat kunt ge blijven opleggen, maar goed comedy-materiaal werkt maar één keer”.

donderdag 24 februari 2011

Dat ik de wereld wil redden, verdorie!

Gisteren zag ik eindelijk The Cove. De documentaire stond al heel lang op mijn ‘must-see’-lijstje, maar “het goeie moment” om hem te bekijken, werd niet echt gevonden.
Toegegeven, het is niet bepaald een film om een gezellige avond mee te starten.
Bovendien heb ik het bijzonder moeilijk met het aanschouwen van dierenleed en laat de docu nu net daarover gaan…

Maar wat mij naast die dode dolfijntjes ook kwaad maakte was de onwetendheid van die Japanners.
Al ben ik er echt van overtuigd dat het Japanse volk niets verweten kan worden want dat zij onwetend worden gehouden door de overheid.
In principe kan je het een beetje vergelijken met het recente kalfje Willy verhaal bij ons, maar dan omgekeerd. Daar waar de jongens van Basta iedereen op de bbq aan het twijfelen kon houden, geeft de Japanse overheid in het dolfijnenslachtverhaal onjuiste info die effectief voor waarheid wordt aanzien.

De docu maakte de ecowarrior in mij wakker en ik besefte plots dat ik echt iets betekenisvol wil doen. Ik heb het dan niet over de maandelijkse donaties aan Greenpeace – want daar ben ik jaren geleden mee gestopt – maar echt jezelf fysiek in iets onbaatzuchtig smijten en waar je trots op kan zijn.
Dus heb ik beslist dat dit een nieuwe doelstelling in mijn leven moet zijn.

In het dagelijkse leven maak ik televisie en de relativiteit daarvan slaat me soms als een mokerslag tegen het hoofd. Er moet meer zijn. Punt.
Er komt geen deadline, maar er moet gewoon meer zijn.
En dat ik de wereld ga redden, dat ook verdorie!

maandag 21 februari 2011

Huis te koop?

Ik zit wat met een moeilijk gegeven. Rond mijn twintigste zijn mijn ouders gescheiden en een paar jaar later is mijn mama gestorven waardoor ik plots een half huis erfde.
En half huis, jawel, want mijn vader heeft natuurlijk ook nog recht op de andere helft gezien dat na de scheiding in onverdeeldheid is gebleven.
Een half huis, daar is een mens bitter weinig mee natuurlijk. Vooral gezien het feit dat het niet meer bewoond wordt en eigenlijk elke dag in slechtere staat verkeerd.

Ik zou daar graag vanaf zijn, van dat huis. Er is geen enkele emotionele binding meer bij mij. Eerder een betonzware herinnering aan mijn been die niet alleen in mijn hoofd aan het afbrokkelen is.

Maar laat dat bij mijn vader nu net niet het geval zijn. Het is al niet de gemakkelijkste mens en lijkt ook in dit geval tegendraads te willen doen.
Al meer dan een 2 jaar probeer ik hem te overtuigen om dat huis te verkopen, maar de smoesjes volgen elkaar op. Eerst was er de emotionele binding, dan was er “dat is alles wat ik nog heb”, vervolgens kwam het “maar dat wordt meer waard met de jaren”-verhaaltje om daarna over te gaan naar de “ik knap dat helemaal op”-fase.
Die laatste fase was o zo ongeloofwaardig, maar ik gaf het een kans. En een deadline van een jaar. En veel sarcasme in de “awel ja, doet da ne keer”.
Vorige zomer zijn we die deadline verstreken en er is niets gebeurd, behalve dat papalief zijn arm had gebroken en meer dan een half jaar in de plaaster heeft gelegen. Het volgende excuus was geboren en de onbewoonbaarverklaring kwam net nog een stapje dichterbij.

Wettelijk gezien ben ik in het voordeel want niemand kan verplicht worden in onverdeeldheid te blijven. Ik kan zelfs morgen een papiertje door een advocatenmeneer laten versturen en hopla, verkopen it is.

Maar doe je dat? Zomaar je eigen vader overrulen? Goed wetende dat die broze vader-dochter relatie van elkaar 3 keer bellen op een jaar dan helemaal op de helling wordt gezet?

Ik weet dat echt niet hoor.

dinsdag 15 februari 2011

Het avontuur der ramen wassen

Zaterdagen durven bij mij nogal eens in extremen uit te draaien. Ik kan gerust een hele zaterdag geen kat (figuurlijk dan) hoeven te zien en een kleine seriemarathon houden in de zetel. Anderzijds kan er ook duchtig uitgestapt of verkend worden.
En soms kan ik thuis zo onrustig worden dat ik mezelf met allerlei dingen moet bezighouden om niet teveel aan andere dingen te denken.
Afgelopen zaterdag hoorde in die laatste categorie thuis, zulke dagen zijn bijzonder handig om het to do-lijstje korter te kunnen maken.

Ik sorteerde mijn kleerkast en spekte de spullenhulpcontainer, voor de 3e keer dit jaar moet u weten. Eerst dacht ik dat ik mij in een identiteitscrisis bevond, daarna besefte ik dat bijna al mijn kleren van 5 jaar geleden nog in mijn kast hingen. Fashion changes, pounds are added, I’m learning to deal with it.
Een vijftal andere nonsens activiteiten werden op poten gezet om vervolgens tegen een uur of twee het lumineuze idee te krijgen om onze ramen te gaan wassen.
Binnen én buiten. En wij hebben geen 5 ramen hé gasten, wij hebben er wel tweeduusd ofzo. Heel de achterkant van ons huis bestaat uit raam. Raam dat dan nog eens ingedeeld is in tweeduusd andere vakken. Maar wel schoon in de zomer, dat wel.

Eerlijk als ik ben, moet ik toegeven dat sinds ik in de bos woon, ik nog nooit een raam heb gekuist. Soek heeft namelijk een lieve kuismama die ons het leven iets makkelijker maakt. Maar bon, het zot zat erin en de ramen moesten eraan geloven.

Anderhalf uur later zat ik ongeveer halverwege de buitenkant toen ik plots besefte dat ik de deur achter mij had dichtgetrokken en geen sleutel bij de hand had.
Kak.
Ik was alleen thuis, had mijn gsm ook niet op zak en kon dus niet meer binnen in mijn eigen huis.
Even hoopte ik dat wij misschien een superintelligente kat hadden die misschien via een aanloopje op de klink van de voordeur kon springen om zo de deur te openen, maar gezien zijn bezigheid van het afgelopen halfuur – in volle concentratie de spons volgen die links/rechts over het raam ging – begon ik toch al aan dat plan te twijfelen.

Er zat maar 1 ding op: ladder nemen en via het badkamerraam boven – dat gelukkig openstond – weer naar binnen tuimelen.
Een half uur heb ik staan sukkelen met een veel te zware ladder die ik eigenlijk amper kon dragen, laat staan deftig tegen de muur plaatsen.
Achttien pogingen later stond de ladder enigszins stevig tegen de muur, rechts naast het raampje.
Er was niemand om de ladder vast te houden, dus treetje voor treetje probeerde ik af te tasten of het ding toch wel echt stevig genoeg stond. En dan komt het moment dat je op dat bovenste trapje staat en een overstap naar het raam moet maken op een te kleine vensterbank.
Miljaar. Zes keer heb ik een voetje op dat richeltje gezet, maar telkens overviel mij toch de angst dat ik helemaal alleen in de bos was en dat Soek nog lang niet thuis ging komen en dat ik misschien keihard naar beneden ging vallen en misschien mijn benen zou breken – of God sta mij bij, mijn nek – en dat er nooit iemand mij daar zou vinden en en en…
En toen dacht ik, bon, get a grip, stapt gewoon opzij en hopla, ik stond binnen. Ik liep de trap af, nam de sleutel mee, sloot de voordeur opnieuw en begon weer verder ramen te kuisen.

En chanceke, mijn water was nog warm.

dinsdag 8 februari 2011

Catching up

Er gebeurt wat in een leven als een mens een tijdje geen tijd of zin heeft om consequent te schrijven.

Pixel de kat werd gecastreerd, Soek en ik deden een uitstapje naar Tel Aviv en tastten voorzichtig de grenzen van het publiek fotograferen af aan de Klaagmuur in Jeruzalem, ik veranderde nog even van job en kon plots op twee plaatsen beginnen om dan uiteindelijk toch te kiezen voor mijn allereerste werkplek, er werd bijzonder veel aan comedy gedaan in CC’s over het hele land en ik werkte me ook nog eens te pletter in één van de ABC-eilanden.

Niet noodzakelijk allemaal even belangrijke activiteiten, maar aangenaam dat wel.
Al kan ik de castratie van Pixel bezwaarlijk aangenaam noemen voor dat beest.

En alzo, ben ik terug, net zoals ik was gegaan.